Korting berekenen
Combineer kortingen, verzendkosten en belastingen en vergelijk eindprijzen.
FINANCIËN
Bereken verhoudingen, stijgingen, dalingen en veranderingen tussen waarden.
Aanpasbaar voorbeeld; je eigen gegevens zijn nog niet berekend.
| Onderdeel | Waarde |
|---|---|
| Resultaat | 20 |
Percentage van een bedrag: basis × percentage / 100. Verhoging en verlaging: basis × (1 ± percentage / 100).
Verandering = (tweede waarde − basis) / absolute basiswaarde × 100. Verhouding = tweede waarde / basis × 100.
Bewaar dit resultaat, wijzig de invoer en vergelijk.
20% van 150 is 150 × 20 / 100 = 30. Een verhoging met 20% geeft 180; een verlaging geeft 120. Van 120 naar 150 is (150 − 120) / 120 × 100 = 25%.
Het uitgangsbedrag bepaalt het percentage. Eerst 20% erbij en daarna 20% eraf geeft 100 → 120 → 96. Van 4% naar 5% is 1 procentpunt verschil, maar 25% relatieve stijging.
Vermenigvuldig het bedrag met X en deel door 100. Zo is 15% van 200 gelijk aan 200 × 15 / 100 = 30. Vul het bedrag en het percentage in bij de juiste berekening.
Deel A door B en vermenigvuldig met 100; B mag niet nul zijn. Zo is 30 gelijk aan 15% van 200. Dit verschilt van het berekenen van een procentuele verandering.
Van 20% naar 25% is een stijging van 5 procentpunten. De relatieve stijging is 25%, want (25 − 20) / 20 × 100 = 25. Vermeld welke maat je vergelijkt.
Bij een positieve beginwaarde: (eindwaarde − beginwaarde) / beginwaarde × 100. Van 80 naar 100 is +25%; van 100 naar 80 is −20%. Bij een beginwaarde van nul is deze relatieve verandering niet gedefinieerd.
Elk percentage wordt over een andere basis berekend. Een stijging van 100 met 20% geeft 120; 20% van 120 aftrekken geeft 96. Het uiteindelijke verlies ten opzichte van 100 is 4%.